rich

 

Hellevoetsluis - Na zich 53 jaar ingezet te hebben voor het Stadsmuseum, heeft Rich van Kralingen de voorzittershamer neergelegd. Hij is nu uitsluitend nog als vrijwilliger en vraagbaak betrokken bij Fortresse Holland, waarin het stadmuseum is opgegaan.

Rich was als jongetje van vijf jaar altijd aan het struinen. Hij vond oude spijkers en stak die tot ongenoegen van zijn moeder in zijn zakken. Zijn vader was visser en vroeger legde die zijn bootje ter hoogte van restaurant Aquarius op het droge. Daar was toen een strandje. Hier werd het vaartuig gerepareerd en begin jaren ’70 van de vorige eeuw zocht en vond Rich de klinknagels die destijds werden gebruikt. Dit was het zaadje waarop zijn historische nieuwsgierigheid is gestoeld.

Dokter Walters
“Ik was vroeger altijd aan het graven en zoeken. Op de wallen zocht ik naar oude kogels en vervolgens maakten we een kruitspoor, dat we in brand staken. Ook las ik veel in historische boeken en luisterde ik geïnteresseerd naar verhalen van vroeger. Dr. Walters was onze huisarts en als mijn vader vis stond te bakken achter zijn winkel aan de President Paterstraat kwam hij vaak ‘proeven of de vissen goed waren gebakken.’ Zo raakte ik bekend met zijn verzameling uit de historie van Hellevoetsluis, die hij toen reeds had.”

Aan de wieg van de Oudheidkamer, later Stadsmuseum, stonden huisarts J.J. Walters, ondernemer Kleijkamp en hoofdonderwijzer Hoogkamer van de openbare school Nieuw-Helvoet. Zij waren sinds 1968 bezig met het verzamelen van historische feiten en kenmerkende voorwerpen uit de Hellevoetse geschiedenis. “Van de familie Kleijkamp leerde ik veel, zij voedden ons met veel verhalen over hoe het vroeger was,” vertelt Rich over die jaren. “Burgemeester Aartsen stelde een ruimte beschikbaar op de zolder van het Prinsenhuis. Daar stond de oude commode van de familie Kleijkamp en dat was mijn werkbankje. Wat later kregen we een paar vitrines in de hal tot onze beschikking, maar die zaten ook zo vol. Later werd overal wel wat gestald. Op een deel van de zolder van de Machinistenschool in De Veste hebben we nog boeken van de scheepsbewegingen van het Kanaal door Voorne in opslag gehad. Die waren bij het vuil neergezet en die hebben wij gered."

Ons museum
“In 1970 werd de Oudheidkamer opgericht, in 1978 werd een ruimte boven het Brandweermuseum betrokken,” gaat hij verder. “In 1994 werd er verbouwd en kregen we een eigen ingang.” Vervolgens werd de Oudheidkamer in 2013 omgedoopt tot Stadsmuseum Hellevoetluis. Na zijn pensionering op jonge leeftijd stak Rich wekelijks zo’n 40 tot 50 uur in het vrijwilligerswerk. Zijn echtgenote hierover: “Als Rich al die uren in ons huis zou hebben gestoken, dan hadden we nu in een paleis gewoond. Maar geen kwaad woord erover hoor.” Rich gaat verder: “Maar noteer je wel dat iedereen net doet of ik het allemaal zelf heb gedaan, maar we hebben er met tientallen vrijwilligers aan gewerkt. Ik zeg altijd: het is ons (!) museum.”

Mijlpalen
Mijlpalen waren er de afgelopen jaren te over; met name tentoonstellingen. Zoals de tentoonstellingen over Willem & Mary, de Watersnood en die over de oorlog van ‘40 - ‘45, er zat heel veel werk in, maar het zijn de hoogtepunten van de afgelopen periode. Voor Rich was het ook leuk om beurzen af te struinen en soms in opdracht van Leen Hordijk van het Streekarchief Voorne-Putten op veilingen bepaalde prenten aan te schaffen. Zijn vrouw: "Uren kon hij ronddolen in antiquariaten, als ik hem kwijt was dan wist ik al tevoren dat hij ergens boven een winkel op een tweede verdieping of zolder zat te neuzen.” Hellevoetsluis moet Rich van Kralingen dankbaar zijn. Samen met alle vrijwilligers heeft hij een grote bijdrage geleverd aan het conserveren van het historisch erfgoed. De schatkamer van het Stadsmuseum met vele duizenden stukken, scans van foto's en kaarten, veel bezienswaardigheden en wetenswaardigheden en bijzonderheden is dankzij de inzet van hem goed en deskundig bewaard gebleven en toegankelijk gemaakt. "Het stopt nooit."

(bron & foto: Groot Hellevoet)

vuurtoren webHellevoetsluis - Op 8 juni 2022, ontving wethouder Margriet den Brok het eerste exemplaar van het boek ‘De Vuurtoren van Hellevoetsluis’. De vuurtoren is het ‘Landmark’ van Hellevoetsluis.

Door Petra Vangerven - foto: Groot Hellevoet

Het lichtbaken staat symbool voor het maritieme verleden van de gemeente, vormt een geliefd decor voor evenementen en bruidsfoto’s. En heeft de afgelopen twee eeuwen schepen uit alle delen van de wereld in de haven mogen verwelkomen.

Bob Benschop adjunct-streekarchivaris bij het Streekarchief Voorne-Putten schreef al diverse boeken over de geschiedenis van Voorne Putten en de marinehaven van Hellevoetsluis. Peter Kouwenhoven is eindredacteur van “De Vuurboei”, het kwartaalblad van de Nederlandse Vuurtorenvereniging. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van Nederlandse vuurtorens. De Nederlandse vuurtorenvereniging publiceert eens in de zoveel tijd een boek over een Nederlandse vuurtoren. Nu de vuurtoren van Hellevoetsluis dit jaar 200 jaar bestaat, was dit een mooie gelegenheid om een nieuw boek in deze reeks te publiceren over “onze vuurtoren”. Zo ontstond een mooie samenwerking tussen Bob Benschop en Peter Kouwenhoven. Wat resulteerde in een prachtig boek.

Het begon ooit allemaal met Jonkheer Anthony Cornelis Twent. Jonkheer Twent was inspecteur van het loodswezen en de vaarwegmarkering. Jarenlang hamerde hij op het verbeteren van het licht op het havenhoofd van Hellevoetsluis. In deze periode van maritieme bloei, voldeed de oude houten lichtopstelling niet meer. De houten opstand met de lantaarn, verkeerde al geruime tijd in slechte staat. Hij dreigde met iedere storm om te waaien en moest voortdurend met noodgrepen worden hersteld. In 1821 kreeg Jonkheer Twent eindelijk toestemming om een plan te maken voor een nieuwe vuurtoren. Jacob Valk, inspecteur der maritieme gebouwen, maakte tekeningen voor een ronde stenen toren. De Hellevoetse aannemer Klaas van Golverdingen kreeg tenslotte de opdracht om de toren te bouwen.

In oktober 1822 was de stenen vuurtoren klaar voor gebruik, zo'n 200 jaar geleden dus. Sindsdien heeft de vuurtoren veel roerige tijden beleefd. In de tweede wereldoorlog dreigde de bezetter, de vuurtoren af te breken. Ook in de jaren 50 dreigde afbraak. Gelukkig ontstond er hevig protest tegen deze afbraak onder de Hellevoetse bevolking. Dankzij dit protest kunnen we nu nog steeds kunnen genieten van de aanblik op "onze” vuurtoren.

Het boek is verkrijgbaar bij de Vuurtoren (laatste zondag van de maand in de zomer), het Stadsmuseum, bij Stichting Promotie Hellevoetsluis (Westkade) en Fortresse Holland (Droogdok Jan Blanken).

Frans Spuijbroek web

 

Terwijl Voorne-Putten in de vorige eeuw transformeerde van een agrarisch eiland naar een woon- en werkgebied onder de rook van grote industrieën, legde de Nieuw-Helvoetse kunstenaar Frans Spuijbroek de veranderingen vast in zijn etsen, litho's en houtsneden.

Hij tekende landschappen en portretten, stads- en dorpsgezichten, de afbraak van de oude vesting Hellevoetsluis en de gevolgen van de watersnoodramp en de Deltawerken.

Daarnaast schreef en regisseerde Frans Spuijbroek openluchtspelen als 'In de naam van Oranje', dat de basis vormde van het jaarlijkse 1-aprilspel in Brielle. Hij genoot landelijke bekendheid als grimeur en was actief lid van toneelvereniging Comoedia.

Het werk van Frans Spuijbroek is uit verschillende collecties bijeengebracht en beschreven door zijn zoon Frans Spuijbroek jr. die dit overzichtswerk heeft samengesteld.

Het prachtige boek dat oude tijden doet herleven is te bestellen via onze website onder het kopje boekwinkeltje of af te halen in ons museum.